|













| |
Krantenkoppen
Spoor
der Kampioenen, maart 2005
JELLE JELLEMA UIT STEGGERDA AL JARENLANG EEN SUPERSTAR OP
DE OVERNACHTFOND
De
late winterinval houdt bij vele liefhebbers de gemoederen bezig. ‘Ze kunnen
niet trainen en de vluchten beginnen al met een paar weken. Hoe moet dit nu?’ hoor je links en rechts in de omgeving.
Bij onze gastheren van vandaag geen enkele opwinding. Deze fondmannen zijn
eigenlijk nog in een diepe winterslaap. Het nakende seizoen is voor hen een nog
ver van mijn bed show.
Jelle Jellema uit Steggerda. Wie
van u de uitslagen op de overnachtfond volgt moet deze naam de laatste jaren
beslist zijn opgevallen. En ieder jaar lijkt het bij vader Ultsje en zoon Jelle
daar in het zuidoosten van Friesland maar harder te gaan. Er worden op de verre
drachten prachtige series neergezet en de laatste jaren eisen vader en zoon
Jellema het merendeel van de te behalen belangrijkste titels voor zich op.
Jarenlang is er met noeste ijver gewerkt aan de ontwikkeling van een eigen
unieke stam duiven. Het resultaat is verbluffend. Kijkt u even mee en overtuig
uzelf:
BELANGRIJKE
TITELS GEDURENDE DE LAATSTE JAREN:
Internationaal
fondspel Nederland/Duitsland: 1e Keizer Generaal
2002 8e Keizer Generaal
2003 1e Keizer Generaal
2004
9e Nationaal Hokkampioen Meerdaagse Fond 2002
2e Nationaal Hokkampioen Meerdaagse Fond 2004
NPO
Sector 4 (Afdelingen 10 en 11): 3e O.A. Meerdaagse Fond 2000 1e
O.A. Meerdaagse Fond 2001 1e O.A. Meerdaagse Fond 2002 1e
O.A. Meerdaagse Fond 2004
NB.
Het jaar 2003 lijkt een wat minder jaar, maar was het beslist niet. Alleen pakte
men toen niet in alle gevallen de aangewezen duiven op tijd!
HET
RAS JELLEMA, STEGGERDA! Vanaf
1984 zijn de inmiddels 64 jarige oud- landbouwvoorlichter Ultsje en de 36 jarige
dierenarts Jelle bezig met de opbouw van een eigen stam fondduiven. De basis
wordt gevormd door duiven van Piter Beerda uit Ter Idzard. Zijn Tournier duiven
en nazaten van een opgevangen duif van de Belgische topliefhebber André van
Bruane zijn in Steggerda het fundament, waarmee in de loop van de jaren een
unieke stam duiven is opgebouwd. Natuurlijk werd er wel eens een enkele andere
duif bijgehaald. In enkele gevallen, zoals een duivin van Wim van Dijk en enkele
duiven van K. Akkermans uit Nieuw Vossemeer zijn deze succesvol in de stam
ingekruist. De laatste aanwinsten
komen van Auke Heidstra uit Rottevalle, waarmee aan samenkweek wordt gedaan.
Jelle, de strateeg op de hokken, steekt heel veel tijd in het samenstellen van
de koppels en het bewaken van de vertrouwde en succesvolle basislijnen. Minimaal 60% van de jaarlijks gekweekte jonge duiven moet 75 tot 100%
Jellema bloed voeren. De overige jonge duiven mogen kruisingsproducten zijn. Op
de kweekkoppels is men hier uitermate streng. Er is ruimte voor 15 kweekkoppels,
maar de meeste jaren zijn er dat minder. Als er twee jaar achtereen niets
fatsoenlijks uit komt gaan ze er pardoes uit, ongeacht eerdere topprestaties op
de vluchten.
De
Jellema duif is klein van stuk en heeft een goede bouw met een hard karkas. Ze
geven niet snel op en zijn in staat langdurig een hoge snelheid vast te houden.
Dat laatste is er door de Jellema’s speciaal ingefokt. Want hun overtuiging is
dat de moderne overnachtduif in principe een hoge basissnelheid moet hebben om
goed te kunnen presteren. Met hun manier van training, voorbereiding en selectie
denken ze deze eigenschappen in hun stam te hebben ingebracht. Het
onwaarschijnlijke aantal kopduiven wat ze telkens weten te pakken is naar mijn
bescheiden mening het overtuigende bewijs van hun gelijk.
EEN
SUCCESVOLLE VOORBEREIDING Er
wordt met 45 vliegkoppels op nest gevlogen. Na het seizoen blijven ze tot 1
maart bij elkaar. Pas op dat moment wordt er voor slechts een tweetal weken
gescheiden. Half maart wordt er gekoppeld. Op de overnachtvluchten wordt het
hele koppel gespeeld en met de koppeling wordt daarmee rekening gehouden. Alle
koppels brengen in principe twee jongen groot. Dat moeten ze kunnen. Er wordt
voor gezorgd dat ze niet voor de tweede keer op eieren komen. Tot begin mei
blijven ze gescheiden en worden ze vijf keer opgeleerd op de vitesse en
midfondvluchten tot ca. 300 km. In principe worden ze in de voorbereiding niet
gespeeld op een dagfondvlucht. Dit haalt volgens Jelle de snelheid uit de
duiven. Als jonge duif worden ze zelden zelf afgericht. Africhting met de
afdeling is de beste leermeester, hoe groter de lossing hoe meer ze leren. Jelle
zegt hierover: ‘Naar mijn mening moet een jonge duif een bepaald talent
hebben. Ze moeten het eigenlijk in zich hebben om ineens een op een afstand van
200 kilometer te worden ingezet’. De
jaarlingen, die als jonge duif in principe altijd Nationaal Morlincourt moeten
afwerken, krijgen twee overnachtingen voor hun kiezen. Als ze deze twee
krachtsinspanningen goed weten te verteren, dat betekent meestal één of twee
prijzen, mogen ze blijven. De tweejaarse en oudere gaan in principe drie
overnachtingen mee en ook bij hen ligt de lat erg hoog. Met name het pakken van
een echte kopprijs wordt belangrijk gevonden. Drie prijzen middenin of achterin
de uitslag betekent hier meestal einde oefening! Om het ritme erin te houden
proberen de Jellema’s hun duiven tussen twee overnachtingen in altijd een
korte oefenvlucht te geven.
Over
favoriete neststanden zegt Jelle kort maar krachtig: ‘Favoriete neststanden
bestaan niet. Mijn duiven vliegen kop op alle soorten neststanden van drie dagen
broeden tot grote jongen. Naar mijn idee is de juiste vorm en conditie de basis
voor het resultaat en niet de nestpositie’. Bij de oudere nestkoppels wordt
wel geprobeerd om de neststand intact te houden. Daarvoor gebruikt men de
broedmachine en het onderleggen bij andere koppels.
VOEDING
EN TRAINING De
duiven trainen ook de herfst en winter door. Alleen bij extreme
weersomstandigheden, dichte mist of sneeuw, wil men wel eens een keer overslaan.
Het kost wel een paar duiven die een prooi worden van de roofvogel. Dit nadeel
valt in het niet bij de voordelen zegt Jelle, want regelmatig trainende duiven
komen een stuk frisser aan de start als duiven die maandenlang hebben
vastgezeten. In het vliegseizoen trainen de nestduiven voor het voeren twee keer
per dag, steeds een uur verplicht. De laatste vijf/zes dagen voor het inmanden
voor een overnachtingsvlucht wordt er dagelijks drie keer gevoerd. De
basismengeling is dan drie soorten Wielink voeders (kweek, vlieg, Zoontjes).
Daarbij vet voer GARVO High Energy, waarbij de pinda’s eruit worden gehaald.
Jelle heeft namelijk gemerkt dat sommige duiven dol zijn op pinda’s en andere
ze niet lusten. Daardoor zou er een onbalans in de voeding kunnen ontstaan. Het
laatste onderdeel van de voeding is snoepzaad. Deze cessie wordt dan dagelijks
drie keer uitgevoerd. ’s Ochtends na de training, rond het middaguur en ’s
avonds na de training. Ze mogen eten zoveel ze willen. Het restant voer gaat
naar de kwekers en de jonge duiven. Door de dagelijkse fanatieke training
blijven de duiven keurig op gewicht en gaan vol reserves de mand in.
De
dagelijkse verzorging van de duiven ligt in principe in handen van vader Ultsje.
Jelle, als dierenarts werkzaam en woonachtig in Nijverdal, houdt zich vooral
bezig met de stamopbouw en het bepalen van welke duiven op welke vlucht gaan en
in welke volgorde op de poulebrief. Wie
mocht denken dat hier ingewikkelde gezondheidsschema’s worden gebruikt komt
bedrogen uit. De filosofie hier is preventief enten en niet kuren. Door een
enting bouwt men een betere en natuurlijke weerstand op. Jonge duiven mogen zo
met ondersteuning van een aantal entingen hun eigen kinderziekten overwinnen.
Eerst eind mei wordt gekeken of er iets aan de jonge duiven mankeert en indien
nodig wordt er ingegrepen. Dit systeem werkt voortreffelijk en er worden
nauwelijks jonge duiven verspeeld.
SIMPEL
HOUDEN EN MAXIMAAL GENIETEN Ultsje
en Jelle Jellema zijn echte liefhebbers en beslist geen slaven van hun duiven.
Ze zijn dagelijks beslist geen uren op de hokken te vinden. De hokken zijn
eenvoudig en gemakkelijk te onderhouden, waarbij de duiven in alle hokken op
roosters zitten. De mest valt in laden, die twee keer per jaar worden
leeggeschept. In eerste instantie concentreren de Jellema’s zich op de vijf
klassieke overnachtingsvluchten. Hierover wil Jelle nog wel kwijt dat hij er de
pest in heeft als er nachtelijke aankomsten zijn. Naar zijn idee moet naargelang
het weertype op de lossingsplaats worden beslist wanneer er gelost wordt. Bij
sterke zuidwestenwind mag er wat hem betreft ’s ochtends vroeg worden gelost,
bij extreem warm weer en kopwind ook lossen om bijvoorbeeld 09.00 uur, zodat de
duiven niet op het heetst van de dag de lucht in gaan. Mede door de
ochtendlossingen is de interesse voor de ZLU vluchten inmiddels in Steggerda
gewekt.
Gezien
de capaciteiten van de Jellema duiven zouden deze ook best eens kunnen gaan
excelleren op de ZLU vluchten. In 2004 debuteerde men op Bordeaux jaarlingen met
een hele verdienstelijke prestatie. In 2005 gaat men het aantal ZLU vluchten
waarop men wil meespelen uitbreiden tot drie.
Het
fondspel in de noordelijke provincies en met name in Friesland zit duidelijk in
de lift. Het aantal liefhebbers dat zich gaat toeleggen op de lange drachten
stijgt.
De
prestaties worden steeds beter en men stimuleert het fondspel middels allerlei
initiatieven. Belangrijke schakels zijn daarbij de Nationale Inkorfcentra. Vader
en zoon Jellema zijn bijzonder te spreken over ‘hun’ Nationale centrum in
Noordwolde. Zij worden daarin bijgevallen door Janneke van der Veen, de vriendin
van Jelle. Zij leeft enthousiast met de duivensport mee en tijdens de
vakantieweken verzorgt zij de duiven met plezier. Bovendien draagt ze zorg voor
de prachtige website www.jellejellema.nl.
In
Noordwolde staat de organisatie van de Nationale concoursen als een huis en de
fijne onderlinge sportieve sfeer zorgen ervoor dat ze steeds weer met plezier
naar het klubhuis gaan.
ZO
GING HET IN 2004: NPO Ruffec Afd. 11 870 km.
2.234 d.
3,7,10,12,17,25,26,35,36,46,50,69,71,72,75,76,83 etc. 34/70 Nat.
St. Vincent S. 4 1.161 km. 1.334 d.
12,20,32,50,52,76 en 166
7/10 NPO
Brive Afd. 11 920
km.
1.502 d. 1,6,13,45,51,63,89 etc.
13/18 Nat.
Ruffec S. 4
870 km. 5.075 d. 9,148,156,228,282,291 etc. 22/43
Nat.
Bergerac S. 4 980 km.
4.588 d. 6,13,24,39,52,92,129,130,139,194 etc. 23/33 Nat.
Bordeaux ZLU jrl. 1.017 km. 5.279 d. 250, 854, 947 en 1.007
4/8 Topduiven
in 2004: ‘Lorenzo’ 4 op 4 –
‘Jonge Brive Doffer’ 3 op 3 - ‘Pamela’ 3 op 3 –‘Iris’ 3 op 3.
TENSLOTTE Als
je het geheel eens goed op je in laat werken en de prestaties eens goed tegen
het licht houdt dan moet je wel concluderen dat Ultsje en Jelle Jellema er de
afgelopen decennia in geslaagd zijn een geweldige stam duiven op te bouwen, die
alle aandacht verdient. In één woord fantastisch en chapeau!!
Tekst
en foto:
Gerrit van Eikenhorst, Hattem
Fondkrant
juli 2004
Jelle
Jellema 1ste Brive Afdeling 11
Voor
de derde overnachtvlucht van
seizoen 2004 stond de vlucht Brive op het programma. Deze vlucht werd gewonnen
door Jelle Jellema die op een afstand van 920 km om 08.21uur
de 2001-5164071 draaide en hiermee de overwinnaar was van het concours.
Ook vloog hij op deze vlucht een 7de plaats met de Saffier.
Jelle
Jellema Jelle
Jellema voorstellen aan de oplettende Overnachtliefhebber is een open deur
intrappen. Toch zal ik het moeten doen. Jelle die de kost verdient als veearts
van rundvee een woonachtig te Nijverdal, beoefent samen met zijn vader de
duivensport te Steggerda. Ultsje Jelle geniet van de VUT, na jarenlang werkzaam
te zijn geweest als landbouwvoorlichter. Van jongs af aan ging Jelle met zijn
vader het duivenhok en werd hij al snel een liefhebber van de duivensport. Na
jarenlang de programmavluchten te hebben afgewerkt met als grote voorkeur de
eendaagse fond, werd er in de jaren 80 het roer omgegooid. Hun eigen duiven
werden gekruist met die van Piter Beerda en hier werd met een strenge selectie
grote successen behaald op de overnachtvluchten. Jaarlijks kun je de naam
Jellema dan ook terugvinden bij de teletekst noteringen. Ook werden er duiven
gehaald bij K.J. Dijkstra en bij Akkermans. Deze werden gekruist tegen hun eigen
soort, het soort Jellema x Beerda.
De
Jonge Brive Doffer De
2001-5164071 ging als 6de getekende de mand in op jongen van 10
dagen. Deze werd op vrijdag 25 juni 2004 gelost in Brive. De wind op de
vlieglijn, de dag van lossing was volgens Jelle variabel. Hij had op internet de
vluchtlijn bekeken van Brive tot Steggerda en hij verwachte de duiven dan ook
niet voor 9 a 10 uur. Toch had de jonge Brive doffer daar geen boodschap aan en
werd dan ook om 8.21 uur geklokt en deze duif maakte een snelheid van 1266 m/m.
Dat deze doffer uit het goede hout is gesneden blijkt wel uit de stamboom.
Ettelijke top 10 noteringen op teletekst zijn hier ook in terug te vinden. Het
is een jong uit de 1998-5877743 de Brive doffer. Deze vloog zelf 3 x teletekst,
waaronder een 1ste nationaal Brive 2001, een 9de NPO
Ruffec 2002 en een 9de NPO Brive 2002. De moeder is de Janneke, de
1999-5974857. Deze vloog in 2002 een 21ste internationaal Ruffec, een
5de NPO Brive 2002 en 5de NPO Ruffec 2003.
Ook
klokte zij om 09.21 uur de 2001-1110402 Saffier. Deze vloog een 7de
NPO Brive. In 2003 vloog ze een 1ste NPO Ruffec en was ze tevens
snelste van sector 4 van 3285 duiven. Verder vloog zij een 29ste NPO
Brive 2003 en een 109de nationaal Ruffec. Dit is een jong uit Zwart
Goud x de 02.
Tijdens
mijn bezoek was Jelle wel blij met het behaalde succes, maar toch bleef hij
ongeduldig in de lucht turen. Hier werd een eind aan gemaakt, want om ca. 14.15
kwam zijn favoriet van deze dag de 1ste getekende de Dide weer thuis.
Deze duif had Jelle bovenaan gezet op een jong van 10 dagen, maar kon helaas
niet voor hem aan de verwachtingen voldoen. Deze duif vloog zelf al 2 x op
teletekst. De overige aankomsten van de 18 duiven waren als volgt:
09.45
u 02-2234945 de Blauwe 45
10.26 u 02-2234968 (dochter Fondkoppel)
10.28 u 02-2234904
10.35 u 02-2234939
10.51 u 01-1110541 (dochter Brive
Doffer x Janneke)
11.05 u 02-2234955 (dochter Oude Akkerman)
11.42 u 02-2234902 de
Staphorster
11.44 u 02-2234984 (zoon Super
Kweker)
11.49 u 02-2234908 (zoon Stamdoffer)
11.56 u 01-1110470
12.12 u 02-2234966 (dochter Pope)
Zondagochtend
waren ze dan ook allen weer terug op het hok te Steggerda.
De
voorbereiding In
maart worden alle duiven gekoppeld. Deze blijven tot half april bij elkaar en
worden op de programmavluchten van afd. 11 ingespeeld. Voor de eerste
overnachtvlucht worden de duiven gecontroleerd op het geel. Hebben ze dit niet,
dan wordt hier niets aangedaan. Maar dit jaar hadden enkele duiven van Jelle
lichte symptomen en werden enkele dagen preventief hier tegen gekuurd. Verder is
Jelle een voorstander van zo weinig mogelijk kuren. Zijn voorkeur gaat uit naar
enten, want door enten bouwt de duif een biologische weerstand op. Verder worden
de duiven in de voorbereiding gecontroleerd op haarworm en hier wordt als het
nodig is tegen gekuurd door middel van tabletten. De jonge duiven worden niet
verduisterd en gaan het hele programma afwerken wat de afdeling hen biedt t/m
Morlincourt. Jelle speelt dit jaar de jaarlingen 2 x, daar hij anders niet weet
wat dezen kunnen doen. Jaarlijks wordt de helft van de jonge duiven weer
ingevoerd in het vlieghok. Tevens beschikken ze over een 13-tal kweekkoppels.
Voor de overnachtfond worden de duiven door verschillende soort door elkaar heen
te mengen, opgevoerd. Verder zitten hier veel vetrijke zaden bij, of worden deze
toegevoegd door middel van snoepzaad. De duiven krijgen dan ook enkel dagen voor
de vlucht 3 x daags te eten. Telkens wordt de voerbak naar enige tijd geleegd en
wordt er daarna weer nieuw voer verstrekt. Dagelijks gaan ze 2 x los een uur
los. Dan moeten ze ook echt vliegen. Eventueel worden ze in de lucht gehouden.
Soms helpt de natuur ook een handje en houdt een roofvogel de duiven in de
lucht.
Tenslotte Het
jaar 2004 is nog maar net begonnen voor de overnachtliefhebber, maar met 5
teletekst noteringen en op de 1ste Ruffec nipt verslagen worden door
een duif die door hen gekweekt is, kan het seizoen al niet meer stuk. Voor
verdere informatie kan de echte internetter ook op hun website terecht (www.jellejellema.nl).
Jelle en Ultsje nogmaals van harte gefeliciteerd.
Coen
Brugman Rutten
NPO Juli
2004 Jelle
Jellema 1ste Afdeling 11 Brive
Vrijdag
25 juni gingen om 14.00 uur de manden los voor de derde overnachtfond vlucht
Brive.
Na
twee keer er dichtbij te zijn geweest (eerste fondvlucht Ruffec 3de,
7de en 10de op teletekst; St. Vincent 12de
sector 4), was het deze keer wel raak voor Jelle Jellema. De Jonge Brive Doffer
bracht de overwinning naar Steggerda: 1ste op teletekst. Tevens
noteerde de Saffier haar tweede teletekst vermelding met een 7de
plaats van het concours.
Jelle
Jellema Últsje
Jellema, voorheen landbouwvoorlichter woonachtig in Steggerda en zoon Jelle
Jellema, werkzaam als dierenarts aan het Dier Geneeskundig Centum Twente en
woonachtig te Nijverdal beoefenen met groot succes de duivensport voor de lange
adem te Steggerda.
Tot
halverwege de jaren 80 werd fanatiek op de programmavluchten gespeeld, waarbij
de beste resultaten op de 1 daagse fondvluchten behaald werden. Vanaf ongeveer
1985 wordt doelgericht op de overnachtfond gekweekt, gespeeld en geselecteerd.
Daarnaast werden duiven verkregen van Piter Beerda uit Ter Idzard Met deze eigen
duiven plus de duiven van Beerda is de afgelopen jaren een hechte stam opgebouwd
waar zeer zorgvuldig mee wordt omgesprongen. Ze hebben ook succes gehad met de
inbreng van duiven van de heer Akkermans uit Nieuw-Vossemeer en twee
kweekdoffers (de broers 584 en 585) van K.J. Dijkstra uit Wapserveen. Alleen de
allerbeste kruisingsproducten koppelen ze weer terug op hun eigen soort duiven,
welke dan ook weer goede vliegers kunnen opleveren. De beste resultaten hebben
ze met de kruising Jellema x Beerda behaald. Ze blijven wel degelijk om zich
heen kijk naar goede duiven, maar deze worden zeer streng geselecteerd.
Brive
zaterdag 26 juni 2004 Jelle
verwachte de duiven omstreeks 9 a 10 uur. De dag daarvoor had hij de vlieglijn
bekeken en overal op de plaats waar de duiven van Brive langs moesten stond niet
veel wind en als hij er was op sommige plaatsen uit het noorden. Ca. 08.15 liep
Jelle naar het hok en zag van veraf een duif aankomen. Dit bleek de 2001-5164071
te zijn die op een jong van 10 dagen de mand in ging, als 6de
getekende. Deze duif werd om 08.21 geklokt en maakte 1266 m/m. Deze doffer vloog
in 2002 een 202de prijs op de NPO vlucht Brive en in 2003 een 34ste
op Ruffec. Dit jaar ging hij voor de 2e maal in de mand op de
overnacht en op Ruffec vloog hij een 17de prijs. Deze doffer komt van
vaders kant van de 1998-5877743 de Brive doffer. Dit is een jong uit de
Superkweker x de 083. Van de kant van de Superkweker zijn 5 teletekst noteringen
behaald en van de 083 3 teletekst noteringen. Deze stammen uit de oude lijn van
Jellema x Beerda. De Brive doffer vloog 3 x maal teletekst met in 2002 een 1ste
nationaal Brive en een 9de NPO Ruffec, ook vloog hij nog een 9de
NPO Brive in 2002. Van moederskant komt hij uit Janneke. Deze komt uit de grote
Kweker van K.J. Dijkstra x het Kweekmoedertje. Uit deze duiven zijn 10 teletekst
noteringen gekweekt. Janneke vloog zelf een 5de NPO Ruffec 2003 en 5de
NPO Brive 2002 en is een zus van Dide die ook 2 x op teletekst stond. Deze
zaterdag wisten de duiven de weg naar Steggerda zeer vlot te vinden. En tijdens
mijn bezoek sprong Jelle van blijdschap op, want omstreeks 14.15 uur kwam Dide,
de eerst getekende, terug van Brive. Zijn eigen woorden waren: Nu is mijn dag
helemaal goed. Zondagochtend waren alle duiven die ze ingekorfd hadden weer
terug in Steggerda.
De
voorbereiding van 2004 Alle
duiven moeten dagelijks 2 x een uur trainen en krijgen vijf a zes
programmavluchten die de afdeling hen biedt. De duiven worden begin maart
gekoppeld tot ca. half april, dan gaan de duiven even bij elkaar weg. 2 weken
voor de eerste overnachtfondvlucht worden de duiven onderzocht voor het geel.
Dit jaar vertoonden enkele duiven de symptomen, zodoende moesten zij enkele
dagen kuren met Ronidazole 10%. De jaarlingen worden 1 a 2 x gespeeld op de
overnacht dit jaar en alles gebeurt op nest. Verder is het zo eenvoudig mogelijk
maken, maar wel zeer goede duiven hebben. De duiven worden 3 x daags naar de
vlucht toe gevoerd met vetrijk voer. De duiven krijgen absoluut geen pindas.
Tussen de vluchten door brengen ze duiven niet weg, maar gaan ze wel met de
afdeling mee. Jelle is er dan ook van overtuigd dat rust roest.
Tenslotte Tijdens
mijn bezoek stond de telefoon niet stil. In het hoge Noorden waar steeds meer
aandacht uitgaat naar de overnacht, wisten de mensen hen dan ook te bereiken.
Tijdens het gesprek verontschuldigde Jelle zich voor het soms (volgens eigen
zeggen) arrogant overkomen, maar als je al jaar in jaar uit zulke prestaties
kunt overleggen, kun je niet van arrogant spreken, maar van klasse.
NPO Juni
2003 1e
Ruffec meerdaagse fond Voorwoord Vrijdag
20 juni ’03 stond voor Afdeling 10 en 11 de eerste meerdaagse fond vlucht
Ruffec op het programma. De duiven
werden om 13.30 gelost. Het weer
over de vluchtlijn was goed maar de wind maakte het de duiven niet gemakkelijk,
deze was hoofdzakelijk west met een
stevige kracht 4 à 5. Toch was
dat geen probleem voor Saffier deze duivin was alles en iedereen de baas en
melde zich om 09.27 uur de zaterdag de 21ste in Steggerda. En
deze duivin zorgde voor zoveelste maal dat
de naam J. Jellema in de schijnwerper kwam.
De liefhebbers Het
hok J.Jellema bestaat uit de vader en zoon combinatie, Últsje Jellema en Jelle
Jellema Últsje
is in de 60er jaren begonnen met het houden van postduiven. Toen zoon
Jelle nog maar amper kon lopen was hij al vaak met z'n vader in de hokken te
vinden.
Tot halverwege de
jaren 80 werd fanatiek op de programmavluchten gespeeld, waarbij de beste
resultaten op de 1 daagse fondvluchten behaald werden. Vanaf ongeveer 1985 wordt
doelgericht op de overnachtfond gekweekt, gespeeld en geselecteerd. Dat is
gedaan met de eigen duiven die al hadden laten zien dat ze capaciteiten op de
zwaardere vluchten hadden. Daarnaast werden duiven verkregen van Piter Beerda
uit Ter Idzard die in de jaren 80 formidabel vloog. Hij werd in 1984 kampioen
van de afdeling Friesland met uitsluitend jaarlingen. Met deze eigen duiven plus
de duiven van Beerda is de afgelopen jaren een hechte stam opgebouwd waar zeer
zorgvuldig mee wordt omgesprongen. Het is dan ook zo dat hun basis duiven
behoorlijk nauw aan elkaar verwant zijn. Dit maakt hun duiven ook zeer geschikt
om mee te kruisen met andere rassen, dit is ook op andere hokken gebleken. Ze
hebben ook succes gehad met de inbreng van duiven van de heer Akkermans uit
Nieuw-Vossemeer en een Theelen-duivin geleend van W.van Dijk uit Oldeberkoop. De
kruisingsproducten van deze duiven met hun eigen stam heeft geweldige vliegers
voortgebracht. Alleen de allerbeste kruisingsproducten koppelen ze dan weer
terug op onze eigen soort duiven welke dan ook weer goede of zelfs nog betere
vliegers kan opleveren. Ze zijn er echter wel achter gekomen dat de echte super
vroege prijzen bij hen gewonnen worden door duiven van vooral hun eigen stam
(Jellema/Beerda). Een snufje ander bloed is geen probleem maar het uitgangspunt
is en blijft hun eigen stamduiven.
Jelle
had dit jaar zijn vakantie gepland zodat hij drie overnacht vluchten kon
verzorgen en meemaken daar hij in Nijverdal woonachtend is hij is veearts van
beroep en komt in het seizoen twee maal terug naar Steggerda. Zijn
vader kon de overwinning niet mee vieren op de 21ste
doordat deze op vakantie in Frankrijk was. Zo
is het voor beiden mogelijk om jaarlijks op vakantie te gaan.
De
winnares Saffier NL01-1110402 V Haar naam heeft ze te danken
aan haar uitzonderlijk felle ogen. Een edelsteen met kracht en uitstraling. De
"Saffier" van Jelle
Jellema wint de eerste meerdaagse fondvlucht van het seizoen 2003. Ze werd
ingekorfd op eitjes van 12 dagen.
Als voorbereiding had ze 4 vluchtjes gehad met als verste afstand +/- 290 km.
De 2e duif van Jelle, vijfde op de voorlopige uitslag, was de
"Janneke". Zij stond in 2002 ook al op teletekst met de 5e van NPO
Brive. Zij zat nu op eitjes van 5 dagen.
Jelle had 28 duiven mee waarvan 11 jaarlingen. De vroegste aankomsten waren om
09.27 u Saffier, 3e get. dochter van de 02.
10.09 u Janneke, 4e get.
10.46 u Dide, (zusje van Janneke)
10.47 u de 084, (zoon van de Pope)
11.10 u de Snip, 2e get.
11.42 u jaarling (dochter van de 083)
11.49 u jaarling (dochter van de Stamdoffer)
12.01 u
12.04 u
12.11 u De Donkere Atleet
12.19 u jaarling, (dochter Superkweker)
In
het nationaal inkorfcentrum Noordwolde waren 316 duiven ingekorfd. De serie
prijzen met 28 duiven mee was als volgt:
1e,
2e, 4e, 5e,11e, 20e (jaarling), 24e (jaarling), 28e. 31e, 34e, 37e (jaarling),
50e, 54e en 63e. Om 14:00 uur
hadden we er 14 van de 28.
De
verzorging Twee maal daags worden de duiven een uur
getraind. In het begin van het seizoen moet dit nog wel eens onder dwang maar
naarmate het seizoen vordert gaat het vanzelf.
Het
voeren gaat vrij eenvoudig. Twee keer daags worden de voerbakken gevuld en na
enige tijd wordt het overgebleven voer verwijderd.
Op
het vlieghok zitten 30 à 35 koppels duiven waarmee gevlogen wordt. Minstens 60%
hiervan is jaarling. De reden van dit hoge percentage jaarlingen is dat de oude
duiven zeer streng geselecteerd worden. Alleen duiven die puur kop kunnen
vliegen op de overnachtvluchten worden aangehouden. Hierdoor komt ruimte vrij
voor die jonge duiven, die zonder problemen het hele jonge duiven programma
hebben afgewerkt( incl. de derby jonge duiven). De
vliegduiven zitten het grootste gedeelte van het jaar bij elkaar. Alleen na de
kweek in het voorjaar worden ze tijdelijk gescheiden. Daarna worden ze opnieuw
gekoppeld, zodat ze voor de eerste overnacht vlucht op een goede neststand
zitten. Alle vluchten worden dus op nest gespeeld. De
neststand waarop zowel de doffers als duivinnen worden ingekorfd varieert van
eitjes van drie dagen tot jongen van tien dagen. Als de kwaliteit en de conditie
van de duif goed zijn kan hij op iedere neststand kopprijzen winnen. Vader
Jellema verzorgt deze door de week en in de winter,maar alles word verder zo
simpel mogelijk gehouden.
Medische
begeleiding Op de vraag dierenarts kon hij naar alle eerlijkheid
antwoorden dat hij daar niet naar toe ging daar hij dat zelf is.
Toch
wordt er jaarlijks 4maal mest onderzoek gedaan en krijgen de duiven waar het
nodig is een kuur Als jonge duif worden ze preventief geënt tegen paramixo,
pokken en paratyfus. Dit allemaal in afzonderlijke entingen. Enten is volgens
hem het tegenovergestelde van kuren. Door te enten bouwen ze naar zijn mening
beter een natuurlijke weerstand op.
Kweekhok Het
kweekhok bestaat uit 15 nestbakken en evenveel kweekkoppels. Meer kweekkoppels
kunnen en willen ze ook niet hebben. " Een limiet aan het aantal
kweekduiven dwingt ze ertoe om ook je kweekduiven streng te blijven selecteren.
Hun mening is dat je bij de selectie van de kwekers nog strenger moet zijn dan
bij de selectie van de vliegers. Als je twijfelt aan een jaarling vlieger kun je
hem nog een jaartje gunnen, dat heeft verder geen consequenties voor de
stamopbouw wanneer je er toch niet uit kweekt. Bij de kwekers daarentegen gaat
een twijfelaar eruit."
De
hokken Allereerst is er
een mooi houten tuinhok van 12 x 2.5 meter, wat gericht staat op het zuidwesten.
Hier wonen de kwekers en de jonge duiven. In dit hok zitten een tweetal
inpandige rennen voor zowel de kwekers als de jonge duiven. Er is zuurstof in
overvloed voor de duiven.
De
vliegduiven zitten op een wat ouder houten tuinhok van 9 x 2.50 meter. Dit hok
staat ongeveer een meter van de grond en staat gericht op het zuidoosten. Een
warm hok en goed verlucht. Hier huizen de ca. 35 vliegkoppels van de Jellema's.
De vloeren van alle hokken zijn voorzien van een speciaal soort houten roosters,
waarbij de tussenruimten tussen de stijlen wat kleiner zijn dan de
standaardmaten. Daaronder zitten grote laden,waar de mest in valt.
Twee
keer per jaar worden deze laden naar buiten getrokken en leeg geschept. De
schapjes en nestbakken worden wat frequenter schoongemaakt.
Tenslotte De
belangrijkste reden waarom Jelle en Ultsje Jellema voor de fond kozen is het
feit dat het qua tijdsbesteding uitstekend past bij hun wensen en mogelijkheden.
Beiden willen geen slaaf van hun duiven zijn. Het moet uiteindelijk op die vijf
overnachtingsvluchten gebeuren. Dit is lekker overzichtelijk en zo blijft het
leuk. Boven- dien is het op de fond heel goed mogelijk om met een beperkte
tijdsbesteding toch succes te boeken.
En
over succes heeft deze Familie niet te klagen als je al menige malen op
teletekst hebt gestaan. Ongetwijfeld
zullen we nog van J.Jellema horen in de toekomst.
Coen
Brugman Rutten
Fondkrant,
juni 2003
Jelle Jellema uit Steggerda Snelste Ruffec Noord Nederland (afd. 10 en 11) tegen 3285 duiven
Heel
fondminnend Nederland keek met enige jaloezie naar Teletekst. De noordelijke
afdelingen losten op vrijdag 20 juni om 13.30 uur samen met een aantal Duitse
fondvrienden een konvooi van ruim 3000 duiven. Voor
Noordoost Nederland werd het dan toch werkelijkheid: lossen vanuit
Frankrijk. Als voorbereiding op deze eerste overnachtvlucht mochten de duifjes
enkele malen zo rond de 300 kilometer afwerken. Voldoende om meer dan 800
kilometer af te leggen? Hoe dan ook: een gemakkelijke vlucht werd het geenszins.
De uitslag op teletekst liet dit duidelijk zien. Een snelste duif, die een 1065
mpm achter zich heeft staan, heeft een fikse prestatie geleverd. Geen
waai-vlucht, geen nachtelijke aankomsten. Het was De Saffier, een duivin van
niemand minder dan Jelle Jellema die als eerste werd afgevlagd. De eerste
overwinning 2003 op het overnachtmetier was een feit. Laten we hopen, dat
er nog vele zullen volgen, maar dan ook voor alle afdelingen.
Jelle Jellema. Zondagmorgen
22 juni rond 10.00 uur bracht ik een bezoek aan Jelle Jellema. Prachtig zomers
weer. De ontbijttafel stond buiten opgesteld. De koffie was snel ingeschonken. De
hoofdpersoon van dit verhaal is Jelle Jellema, dierenarts in de omgeving van
Wierden (Overijssel) en woonachtig in Nijverdal, maar samen met vader Ultsje
zijn passie voor de fond botvierend vanuit
zijn ouderlijk huis. Vader Jellema geniet momenteel van een vakantie en
heeft de overwinning van een afstand mogen meebeleven. Ook Jelle geniet in deze
periode van een drie weken durende vakantie. Door deze vakantie gaat er extra
aandacht uit naar de verzorging van de duiven. Jelle Jellema is een duivenman,
die op alle fronten op een geruisloze weg timmert aan de weg. Al meer dan 34
jaar bouwen zijn vader en hij aan een stam fondduiven die inmiddels tot heel wat
in staat is. De belangrijkste reden waarom Jelle en Ultsje Jellema voor de fond
kozen is het feit dat het qua tijdsbesteding uitstekend past bij hun wensen en
mogelijkheden. Beiden willen geen slaaf van hun duiven zijn. Het moet
uiteindelijk op die vijf overnachtingsvluchten gebeuren. Zo blijft alles te
overzien en blijft het leuk. Bovendien is het op de fond heel goed mogelijk om
met een beperkte tijdsbesteding toch succes te boeken.
Daarnaast
is het zijn partner Janneke, die de hele Jellema-kolonie op professionele wijze
op het world wide web begeleidt. Wanneer u kijkt op www.jellejellema.nl
dan hebt u alles in beeld. Één opmerking daarbij: opgetekend uit de eigen pen.
Hoe dan ook: een fantastisch relaas, dat volledig up to date is.
Korte
feiten op een rij: Jelle had voor deze vlucht vanuit Ruffec 28 duiven ingekorfd,
waarvan 11 jaarlingen. De afstand Ruffec – Steggerda bedraagt: 870 kilometer,
vergelijkbaar met een St.Vincent in het zuiden.
De
aankomsten waren als volgt: 09.27
u De Saffier, 01-1110402,
3e get. 10.09
u Janneke,
99-5974857, 4e get. 10.46
u Dide, (zusje van Janneke) 10.47
u de ‘084, (zoon van de Pope) 11.10
u de Snip, 2e get. 11.42
u jaarling (dochter van de
083) 11.49
u jaarling (dochter van de
Stamdoffer) 12.01
u 12.04
u 12.11
u De Donkere Atleet 12.19
u jaarling, (dochter Superkweker).
De
Saffier Jelle
is gek met zijn Saffier, 01-1110402. Waarom
deze naam? “Ze heeft ogen als een saffier: fel rood / oranje gekleurd.
Vol vuur en karakter”, was het antwoord. Direct relativerend met : “Iemand
anders spreekt misschien over de ogen van een stadsduif, maar voor mij vind ik
het schitterende ogen!” De duivin in de hand nemend: “Je kunt wel merken,
dat ze eraan getrokken heeft, want toen ik haar inkorfde was het echt een
bolletje. Nu voelt ze nog steeds goed in de hand, maar minder dan bij inkorving”,
aldus Jelle. Ze werd ingekorfd op een neststand van 12 dagen broeden. Een
nog jonge duivin, die in haar geboortejaar een 46e van 563 duiven
vloog, een 601e tegen
3023 d. en een 131e van 537 duiven. Want als jonge duif nemen ze in
principe allemaal deel aan het jonge duivenprogramma. “Het liefst speelden we
ze op Orleans, dat was voor ons de ultieme test. Uiteraard waren we blij met een
goede prijs, maar de conditie van de jonge duif bij thuiskomst was voor ons vaak
maatgevend”. Als jaarling ging de Saffier mee naar Ruffec (2002) en speelde
een 109e in NPO-verband. Vader van de Saffier is de 98-1364798, “Zwart
Goud”, een echte kweekdoffer afkomstig van K. Akkermans uit Nieuw-Vossemeer.
Deze doffer is op zijn beurt weer gekweekt uit de 92-9238972 (9x prijs op
overnacht) van K.v.Dommelen en een
duivin van A.v.Schilt, de 92-9256049, de Poeske-duivin met 10 prijzen op de
overnacht. De moeder van de Saffier is de 94-2205602 met een 30e
Nat. St.Vincent in 1998, gekweekt uit de 88-4210648, De Stuntman, die zelf 3x
een 1e
prijs won. De grootmoeder van de Saffier is de 91-5117493 afkomstig van
P.Beerda.
Janneke,
5e NPO-Ruffec ‘03 De
tweede duif vanuit Ruffec, tevens 5e van het gehele NPO-concours,
was “Janneke”, 99-5974857. Deze kleine duivin komt uit een goed nest. Twee
van haar volle zussen wonnen als jaarling al een 13e en een 17e op Nat. Bergerac
'00. Zelf vloog ze al goed op de eendaagse vluchten. In 2003 behaalde ze haar 2e
teletekstnotering op deze zware Ruffec. Ze won vorig jaar (2002) ook een 5e
prijs vanuit NPO-concours ; in datzelfde jaar een 21e Int. Ruffec . En een 269e
Nationaal Bergerac. In 2001 92e NPO-Brive en als jaarling een 4e
op de eendaagse fondvlucht vanuit Sourdun tegen 980 duiven.
Stamopbouw Aan
de basis staan het eigen oude Noordwoldiger soort, echte programmaduiven volgens
vader Jellema en de duiven van Pieter Beerda uit Ter
Idzard. Deze laatste heeft met name Tournier duiven, veelal gekruist met een
aanvlieger van André Vanbruane uit Lauwe, België. Uit deze duiven is één
stam duiven geformeerd, waar slechts mondjesmaat iets bij komt. Tot op heden
eigenlijk alleen een enkele duif van K. Akkermans uit Nieuw Vossemeer, Koos
Dijkstra en collega Nanne Wolff uit Wezep Om de stam vast te houden vindt een
enkele keer een koppeling halfbroer x half- zus plaats. Over het algemeen worden
alleen bewezen goede vliegduiven na verloop van tijd op het kweekhok geplaatst..
Dat verklaart waarom er zovele jaarlingen tot het bestand vliegduiven behoren.:
alleen goed presterende duiven worden aangehouden. Duiven die als twee jarigen
zich niet goed laten zien, krijgen geen plaats op het hok Jellema. De duiven
zijn compact, goed gebouwd met een fijne soepele pluim en mooi gekleurde ogen.
In totaal zijn er 15 kweekkoppels en 30 tot 35 vliegkoppels aanwezig. Voor “eigen
gebruik” worden er zo’n 70 jonge duiven gekweekt.
De
voorbereiding en medische begeleiding De
vakantieperiode heeft de duiven en de resultaten goed gedaan. “De inkorving
was op dinsdag; vanaf donderdag heb ik meerdere keren per dag, wel 3 tot 4 keer,
de duiven volle bak gegeven. D.w.z. ze mogen dan ongeveer een half uur eten wat
ze willen. Dan neem ik de bak weg en geef het restant aan de kwekers. Dit drie
tot vier keer per dag. Op de dag van inkorving geef ik ze weer hetzelfde, maar
dan merk je, dat ze genoeg hebben; ze eten bijna niet meer. Al die dagen vul ik
ook de potjes in de broedbakken, want duivinnen gaan anders even van het nest af
om vervolgens weer haastig terug naar hun broedvak te gaan. Ze eten op die
manier te weinig en komen niet aan het kweken van reserves toe. Vandaar!”,
aldus Jelle. Hier wordt gevoerd met Wielink-voer. Op de hokken zijn de vitamines
en mineralen rijkelijk aanwezig. Twee maal daags wordt er verplicht getraind. In
het begin is er enige dwang nodig, maar al snel weten de duiven wat de bedoeling
is.
Wat
de medische begeleiding betreft krijgen we een vrij kort verhaal te horen.
Uitgangspunt is het kweken van een duif, die een stevige eigen natuurlijke
weerstand heeft opgebouwd; een duif die in staat is om zo veel mogelijk zelf
weerstand te bieden tegen allerlei negatieve invloeden. Als jonge duif worden ze
preventief geënt tegen paramixo, pokken en paratyfus. Dit allemaal in
afzonderlijke entingen. Enten is volgens Jelle het tegenovergestelde van kuren.
Door te enten bouwen ze naar zijn mening beter een natuurlijke weerstand op. De
eerste maanden van hun bestaan mogen de jonge duiven hun eigen kinderziekten
zien te overwinnen.
Als
jonge duif dient die weerstand opgebouwd te worden. “Ik vind het dan ook
helemaal niet erg als er onder de jonge duiven bepaalde (kinder)ziektes
sluimeren. Dat verhoogt in feite de eigen natuurlijke weerstand. Toch geef ik de
jongen drie weken voor aanvang van de jonge duivenvluchten een gecombineerde
orni-geelkuur; dit om verliezen te voorkomen. Het
resultaat is dan wel, dat er minimale verliezen zijn. Als jaarling en ouder
controleer ik ongeveer vier maal per jaar de mest. Als ik er dan ook maar één
worm(ei) in zie zitten, krijgen ze allemaal een anti-worm pil opgestoken. Daar
ben ik heel streng in. Van’t geel heb ik hoegenaamd geen last. Ook ornithose
bij oudere duiven komt hier niet voor. Ornithose heeft vaak als oorzaak:
zuurstoftekort of een slechte verluchting (b.v. tocht) . Onze hokken zijn wat
betreft prima in orde”, aldus Jelle.
Beste
prestaties Het
gaat hier om vijf meerdaagse fondvluchten nl. St. Vincent, Ruffec I,
Bergerac, Ruffec I1 en Brive. Afstanden van 890 tot 1.160 km.
Internationaal fondspel 1e
Keizer Generaal, 1e Onaangewezen en 1e Aangewezen 2002
NPO 9e
Hokkampioen Meerdaagse Fond 2002
NPO Sector IV 3e
Onaangewezen Meerdaagse Fond 2000 1e
Onaangewezen Meerdaagse Fond 2001 1e
Onaangewezen Meerdaagse Fond 2002
NPO
Afdeling 11 1e
Meerdaagse Fond 2002
Friese
Fondclub 1e
Meerdaagse Fond 2000 1e
Meerdaagse Fond 2001 2e
Meerdaagse Fond 2002
De
laatste jaren vele teletekstvermeldingen, de laatste zes jaar bijvoorbeeld 10!
vermeldingen op Brive. In 2002, 5e Nationaal St. Vincent en 5e
en 9e Nationaal NPO Brive! En nu weer 1e en 5e
NPO-Ruffec afdeling 11 in 2003.
Tot
slot Ondanks
het feit dat Jelle nu in Nijverdal woont blijft men de komende paar jaar nog
gewoon vanuit Steggerda vliegen. Wel is Jelle van plan om mettertijd onder eigen
vlag in Nijverdal te starten.
Ook
wordt deelname aan de ZLU. vluchten in de toekomst overwogen. Deze duiven lijken
ook zeker in staat om op deze superfond zich van voren te laten zien. Jelle en
Janneke, dank voor jullie ontvangst en nog veel plezier en succes met de
(fond)vluchten toegewenst.
Jan
Gremmen
Spoor
der kampioenen, juni 2003
Jelle en Ultsje Jellema,
Steggerda
Nieuwe stunt met
snelste duif op Ruffec in Noord Nederland De eerste krachtmeting
op de meerdaagse fond in Noord Nederland met daarbij ook een aantal deelnemers
uit Noord Duitsland heeft direct een hele sterke winnaar opgeleverd. Het zijn de
bekende Friese fondmannen Jelle en Ultsje Jellema uit Steggerda die met hun
tweejarige duivin 'Saffier' de bloemen voor zich opeisen. Op vrijdag- middag 20
juni werd het ruim 3.000 duiven tellende konvooi gelost, bij zeer warm weer en
een kopwind. Bij deze omstandigheden mag het duidelijk zijn dat er dan geen
vroege ochtendaankomsten te verwachten zijn. En hoewel de omstandigheden op de
zaterdag zich voor de duiven verbeterden duurde het tot 09.27 uur, alvorens de
snelste duif van het concours zich meldde bij de familie Jellema aan de
Pepergaweg in het vriendelijke Friese dorp Steggerda. Op een afstand van 870
kilometer betekent dit dat de winnende duif 'Saffier'
een snelheid van zo'n 1060 meter maakt. Een geweldige prestatie van dit kleine
pientere duivinnetje.
Friese passie voor de fond Vorig jaar hebben wij in dit blad
(nr. 39-2002) al uitvoerig aandacht besteed aan de ge weldige prestaties van
Jelle en Ultsje Jellema op de fond. De absolute bekroning van een ijzersterk
fondseizoen 2002 was ongetwijfeld het behalen van de titel 'Keizer Generaal
Internationaal Fondspel Noord Nederland en Duitsland'. Ik besloot mijn bijdrage
met de woorden dat er met Jelle en Ultsje Jellema de komende jaren terdege
rekening moest worden gehouden. Een rake voorspelling, zoals nu blijkt.
'FOND',
daar draait het om bij vader en zoon Jellema. Al ruim 30 jaar is men hier druk
bezig om een hechte fondstam op te bouwen. Aan de basis ligt hier het oude 'Noordwoldiger'
soort, zoals Ultsje zegt en duiven van Piter Beerda uit Ter Idzard. Deze laatste
bezit een geweldig hok met duiven, vooral gebaseerd op het oude Tourniersoort en
een aanvlieger van de bekende Belgische fondvedette van weleer André van
Bruaene uit Lauwe.
Slechts met mondjesmaat is er bij Jellema de voorbijgaande
jaren nog iets bijgekomen. We noemen een Theelen duivin en enkele duiven van K.
Akkermans uit Nieuw Vossemeer. Kweken, spelen en selecteren, dat is het waar het
jaarlijks om draait. In principe komen alleen bewezen vliegduiven op het
kweekhok terecht. Om de stam vast te hou- den wordt een enkele keer een
koppeling halfbroer x halfzus toegepast. De 34 jarige dierenarts Jelle,
woonachtig in Nijverdal en deel uitmakend van een maatschap in Wierden, heeft
een geheel eigen visie op de begeleiding van de jonge garde. Hij stelt: 'Enten
is het tegenovergestelde van kuren.
Wij enten preventief tegen paramixo, pokken en paratyfus,
dit alles in verschillende entingen. Door te enten bouwen ze naar mijn mening
een betere natuurlijke weerstand op. Tot drie weken voor de start van het jonge
duivenseizoen doe ik niets aan de altijd wel sluimerende kinderziektes bij de
jongen. De meeste overwinnen op deze wijze zelf de problemen. Toch geef ik nog
een gecombineerde orni-geelkuur om zodoende de duiven geheel schoon te krijgen.
Onze ervaring is dat met deze aanpak de verliezen met de jongen tot een minimum
beperkt blijven'.
De ca. 35 vliegkoppels werden begin maart gekoppeld. Na 16
dagen gaat de duivin met een jong naar het jonge duivenhok en houdt de doffer
het andere jong bij zich.
Door de vogelpest is de voorbereiding voor de fondvluchten
dit jaar wat anders gelopen dan normaal. Door de onzekerheid m.b.t. de start
zijn de duiven in verschillende groepen herkoppeld om zodoende altijd de juiste
nestposities te hebben. Overigens maakt het volgens Jelle niet veel uit of ze nu
op jongen of eieren zitten. Hij zegt: 'De kwaliteit van de duif, dat is het
belangrijkste op de fond'. Jelle en zijn vriendin Janneke van der Veen, die de
website www.jeliejellema.nl keurig verzorgt, hebben een drie weken durende
duivenvakantie in Steggerda gehad. Vader Ultsje is in deze weken op vakantie in
Frankrijk. Jelle heeft op deze manier enorm veel energie gestopt in de
voorbereiding van Ruffec. Oorspronkelijk zou hier ook St. Vincent bij zitten,
maar deze is helaas naar een later tijdstip verschoven. De vliegploeg voor
Ruffec ging in een geweldige vorm de mand in. De voor- bereiding was dan ook
prima, met zelfs op de vitessevluchten soms een aantal mooie uitslagen. En
hoewel de duivensport hier op een zeer ontspannen wijze wordt bedreven, geeft
Jelle toe dat hij op de wedstrijddag toch echt wel een gevoel van een gezonde
spanning bij zich had.
De winnende duif De NL01-111 0402, of
terwijl 'Saffier' is een prachtig gebouwd krasduivinnetje. Het heeft fel
rood/oranje gekleurde ogen en de pluim is zijdezacht. Het kijkt vurig en vol
levenslust de wereld in. Als voorbereiding had ze een paar vluchtjes tot zo'n
300 kilometer in de vleugels. Ze werd ingemand op 12 dagen broeden. Terwijl
Jelle de duiven van de vitessevlucht vanaf Gennep klokte zat ze ineens op het
hok. Niet geheel verrast want van deze duif had Jelle altijd al veel verwachting
vanwege de geweldige uitstraling van het duifje. Als jaarling vloog ze al een
10e Ruffec van in totaal zo'n 5.000 duiven.
Haar vader is de NL98-1364798 'Zwart Goud' een geweldige kweekdoffer, afkomstig van K.
Akkermans. Hij stamt uit twee bewezen fondduiven, die samen 19 x prijs vlogen op
de overnacht.
De moeder is de NL94-2205602, een bewezen top kweekster en
dochter van 'De Stuntman', basisdoffer van het hok Jellema x 'Klein Krasje' van
Piter Beerda uit Ter Idzard. De winnende duivin gaat dit jaar zeker weer mee op
één van de komende fondvluchten.
De familie Steggerda maakte overigens een dijk van een
uitslag op Ruffec. Hier volgen de aankomsttijden: 09.27 (Saffier) 10.09
(Janneke, 5e Natoinaal NPO,Ruffec Afdeling 11) 10.46 (een zusje van Janneke)
10.47,
11.10,11.42,11.49,12.01,12.04,12.11 en 12,19.
Tekst:
Gerrit van Eikenhorst,
Foto’s: Jan Borst Jr.
|

Tekst: Gerrit van Eikenhorst, Hattem Foto's: Jan Borst Jr., Hattem
|
Reportage
Special
Sterkste
fondspelers van Noord Nederland
Jelle
en Ultsje Jellema, Steggerda
Friese
mannen met passie voor de fond
Het
fondspel in Noord Nederland mag zich in een steeds grotere belangstelling ver
heugen. Steeds meer liefhebbers voelen zich aangetrokken tot de heroïek van het
spel op de grote drachten. Het afgelopen seizoen kregen de fondliefhebbers in
Noord Nederland bovendien voor het eerst de gelegenheid de degens te kruisen met
hun sportvrienden in Noord Duitsland. Een fantastisch initiatief, waar veel
waardering voor bestaat en wat grote mogelijkheden voor de toekomst biedt. De
eerste Keizer Generaal kampioenen van dit internationale fondspel zijn niemand
minder dan Jelle en Ultsje Jellema uit het Friese Steggerda. Geen onbekenden in
de fondwereld, want al 15 jaar lang staan zij aan de top in Noord Nederland. Het
is dan ook hoog tijd dat wij deze liefhebbers met hun geweldige hok met duiven
nader aan u voorstellen.

De
liefhebbers
Jelle
en Ultsje Jellema vliegen onder de naam Jelle Jellema. De 33 jarige Jelle
Jellema is van beroep dierenarts. Hij woont inmiddels in Nijverdal. Hij is
werkzaam in een praktijk in Wierden, waar hij zich met name bezig houdt met de
behandeling van duiven en koeien. Op het hok Jellema stippelt hij het beleid ten
aanzien van de kolonie uit en hij bepaalt welke duiven op welke vluchten mee
gaan en in welke volgorde of ze op de poulebrief worden gezet. Natuurlijk houdt
hij ook nauwlettend de gezondheid van de kolonie in de gaten. Ultsje Jellema,
inmiddels 61 jaar oud en voormalig landbouwvoorlichter, neemt de dagelijkse
verzorging van de duiven voor zijn rekening. Beide mannen zijn gelijk gestemd
als het gaat om de verzorging van de duiven. 'Simpel houden, want er zijn ook
nog andere zaken dan duiven in het leven'.
De
hokken en het duivenbestand
De
Jellema's wonen echt landelijk daar aan de Pepergaweg in Steggerda. Achter hun
huis is een grote tuin, waar ze in een tweetal hokken hun duiven houden.
Allereerst is er een mooi houten tuinhok van 12 x 2.5 meter, wat gericht staat
op het zuidwesten. Hier wonen de kwekers en de jonge duiven. In dit hok zitten
een tweetal inpandige rennen voor zowel de kwekers als de jonge duiven. Er is
zuurstof in overvloed voor de duiven, die er allemaal knap bij zitten in hun
winterse pak. De kwekers zijn reeds gekoppeld en kunnen ieder moment op eieren
komen. In dit hok worden 15 kweekkoppels gehouden en zo'n 80 jonge duiven.

De
vliegduiven zitten op een wat ouder houten tuinhok van 9 x 2.50 meter. Dit hok
staat ongeveer een meter van de grond en staat gericht op het zuidoosten. Een
warm hok en goed verlucht. Hier huizen de ca. 35 vliegkoppels van de Jellema's.
De vloeren van alle hokken zijn voorzien van een speciaal soort houten roosters,
waarbij de tussenruimten tussen de stijlen wat kleiner zijn dan de
standaardmaten. Daaronder zitten grote laden,waar de mest in valt.
Twee
keer per jaar worden deze laden naar buiten getrokken en leeg geschept. De
schapjes en nestbakken worden wat frequenter schoongemaakt.
Stamopbouw
Jelle
Jellema is duidelijk als hij zegt waarom het gaat in de duivensport. 'De duiven
moeten goed zijn. Dat is het belangrijkste'. En goede duiven hebben ze daar in
het Friese land. Inmiddels kun je spreken van een eigen stam fondduiven, waar
jarenlang aan is gewerkt. Aan de basis staan het oude Noordwoldiger soort, echte
programmaduiven volgens Ultsje en de duiven van Piter Beerda uit het naburige
Ter Idzard. Deze laatste heeft met name Tournier duiven, veelal gekruist met het
bloed van die voortreffelijke aanvlieger van de bekende André Vanbruane uit
Lauwe, België. Uit deze duiven is één stam duiven geformeerd, waar slechts
mondjesmaat iets bij komt. Tot op heden eigenlijk alleen een Theelen duivin en
een enkele duif van K. Akkermans uit Nieuw Vossemeer.

De
Bles
Om
de stam vast te houden vindt een enkele keer een koppeling halfbroer x half- zus
plaats. Over het algemeen worden alleen bewezen goede vliegduiven na verloop van
tijd op het kweekhok geplaatst. Jelle laat ons een groot aantal duiven zien. Qua
bouw, souplesse en uitstraling lijken ze allemaal op elkaar. Ze zijn niet
overgroot, goed gebouwd met een fijne soepele pluim en mooi gekleurde ogen, met
hele kleine pupillen.
Selectie
De
selectie is volgens Jelle Jellema erg belangrijk om de prestaties van de duiven
en de kracht van de kolonie te kunnen vasthouden en mogelijk te verbeteren. Als
jonge duif worden ze preventief geënt tegen paramixo, pokken en paratyfus. Dit
allemaal in afzonderlijke entingen. Enten is volgens hem het tegenovergestelde
van kuren. Door te enten bouwen ze naar zijn mening beter een natuurlijke
weerstand op. De eerste maanden van hun bestaan mogen de jonge duiven hun eigen
kinderziekten zien te overwinnen.
Eerst
eind mei wordt er gekeken of er iets aan mankeert en wordt als het nodig is
ingegrepen. Dit systeem werkt voortreffelijk want er worden op de vluchten
nauwelijks jonge duiven verspeeld. Men is hier dan ook zeer te spreken over de
kwaliteit van het vervoer in Friesland. Alle jonge duiven gaan mee tot en met de
laatste vlucht. De jongen die altijd fit terugkomen mogen blijven. Als jaarling
echter worden ze danig aan de tand gevoeld. Ze krijgen dan één, twee of drie
overnachtvluchten. Hierbij moeten ze zich zeker één keer knap van voren hebben
laten zien.
Als
tweejarige moeten ze minimaal één kopprijs hebben gevlogen. Is dit niet het
geval dan worden ze zonder pardon uitgeselecteerd. Het fondspel evolueert en de
snelheden die de duiven maken worden steeds hoger. De tijd van hangers is
voorbij. Hier wordt bij de selectie ook nadrukkelijk naar gekeken.
Spelmethode
en verzorging
Met
ca. 35 koppels wordt alleen op nest gespeeld. In het voorjaar worden ze slechts
een paar weken ge- scheiden, alvorens ze worden gekoppeld. Vanaf eind april
worden ze opgeleerd. Met name de jaarlingen gaan dan een keer of vijf mee op
vitesse en midfondvluchten. Daarna begint het grote werk. Ze worden dan op
praktisch alle neststanden gespeeld, mits uiteraard de vorm maar goed is. Die
goede vorm krijgen ze met name door veelvuldig te trainen. Iedere dag trainen ze
wel twee keer een uur. De voortdurende aanwezigheid van de roofvogels zorgt
ervoor dat ze in een enorm tempo blijven trainen.

De
Brive Doffer
De
voeding is bij zulke trainingsinspanningen dan ook erg belangrijk. Dagelijks
krijgen de duiven twee keer een volle bak voer. Men voert hier de mengelingen
van Wielink uit IJsselmuiden. Die duiven die net voor een grote vlucht staan
worden nog eens extra bijgevoerd in een potje in de nestbak. Wat ze lekker
vinden moeten ze kunnen pakken! Daarnaast krijgen de duiven regelmatig biergist.
Zoals
gezegd bepaalt Jelle de uiteindelijke volgorde van de duiven op de poulebrief.
Waar
let je dan op Jelle? 'Ik kijk dan naar de neststand, hoe ze trainen en met name
naar de spierspanning. Er moet leven in de spieren zitten. Alhoewel ik
rechtshandig ben kan ik dit alleen voelen met mijn linkerhand. Wat ik dan
precies voel is eigenlijk niet onder woorden te brengen'.
Passie
voorde fond
De
belangrijkste reden waarom Jelle en Ultsje Jellema voor de fond kozen is het
feit dat het qua tijdsbesteding uitstekend past bij hun wensen en mogelijkheden.
Beiden willen geen slaaf van hun duiven zijn. Het moet uiteindelijk op die vijf
overnachtingsvluchten gebeuren. Dit is lekker overzichtelijk en zo blijft het
leuk. Boven- dien is het op de fond heel goed mogelijk om met een beperkte
tijdsbesteding toch succes te boeken.
Op
de andere disciplines ligt dit een stuk moeilijker. Na jarenlang streng
selecteren hebben Jelle en Ultsje Jellema een stam duiven gevormd, die zich met
de top in Nederland kan meten.
Uit
het onderstaande prestatieoverzicht blijkt dat ze de laatste jaren dominant in
Noord Nederland aanwezig zijn.
De
toekomst
Ondanks
het feit dat Jelle nu in Nijverdal woont blijft men de komende paar jaar nog
gewoon vanuit Steggerda vliegen. Wel is Jelle van plan om mettertijd onder eigen
vlag in Nijverdal te starten.
Ook
wordt deelname aan de ZLU. vluchten in de toekomst overwogen. Deze duiven lijken
me ook zeker in staat om op deze drachten zich van voren te laten zien.
Fondminnend
Nederland zal ook de komende jaren terdege rekening moeten houden met deze
uiterst sympathieke mannen uit het Friese land!
Beste
prestaties
Het
gaat hier om vijf meerdaagse fondvluchten nl. St. Vincent, Ruffec I, Bergerac,
Ruffec I1 en Brive. Afstanden van 890 tot 1.160 km.
Internationaal
fondspel
-
1e
Keizer Generaal, 1e Onaangewezen en 1e Aangewezen 2002
NPO
-
9e
Hokkampioen Meerdaagse Fond 2002
NPO
Sector IV
-
3e
Onaangewezen Meerdaagse Fond 2000
-
1e
Onaangewezen Meerdaagse Fond 2001
-
1e
Onaangewezen Meerdaagse Fond 2002
NPO
Afdeling 11
-
1e
Meerdaagse Fond 2002
Friese
fondclub
-
1e
Meerdaagse Fond 2000
-
1e
Meerdaagse Fond 2001
-
2e
Meerdaagse Fond 2002
De
laatste jaren vele teletekstvermeldingen, de laatste zes jaar bijvoorbeeld 10!
vermeldingen op Brive. In 2002, 5e Nationaal St. Vincent en 5e
en 9e Nationaal NPO Brive!
Simpel
maar doeltreffend.
Jelle
Jellema Steggerda, wint meerdaagse NPO vlucht Brive in Afd 11/Friesland’96.
Terwijl
het in simmer 2000 nog steeds niet wil zomeren word er inmiddels alweer volop
met de jonge duiven gevlogen en is het overnachtfond seizoen alweer in een
vergevorderd stadium. Op vrijdag 14 juli stond de lossing gepland van de
tweede meerdaagse fond en tevens NPO vlucht voor de afdeling 11/Friesland’96.
De weerstoestand op de vlieglijn was op vrijdag zodanig dat er niet gelost kon
worden. Op zaterdag waren de weersomstandigheden in Frankrijk ietwat verbeterd
zodat de 1273 duiven om 13.00 uur de vrijheid kregen. In Nederland werden de
concoursen op zaterdag nog veelal vanwege gesloten wolkendek en buien
uitgesteld. Op zondag was het niet veel beter, als er al gelost werd was het
rond het middaguur. Onder die omstandigheden moesten de duiven uit Brive hun
thuishaven zien te bereiken. Daarbij waaide het ook nog eens uit noordelijke
richting, al met al is het een zeer zwaar concours geworden. Met in het
achterhoofd de wetenschap dat het zwaar zou worden kreeg Jelle Jellema steeds
meer vertrouwen in een goed resultaat. Uit ervaring wist hij dat hun duiven goed
afkomen als het zwaar vliegweer is. Alleen jammer dat hij de aankomst nou zelf
niet kon meemaken. Uitgaande van een aankomst op de zaterdagmorgen, had hij het
vertrek voor een korte vakantie naar Engeland op de zaterdagmiddag geboekt. Het
‘uitgesteld tot morgen‘ gooide wat dat betreft roet in het eten. Dat was
voor hem echter geen reden om het vertrek uit te stellen, want zijn vader Ultsje
is hier normaal gesproken al degene die het grootste aandeel heeft in de
praktische verzorging van de duiven. Jelle kon dus met een gerust hart op
vakantie: ‘We hebben het nog even gehad over de vermoedelijke aankomsttijd, de
schatting was dat een vroege om een uur of tien à elf moest vallen’. Rond
die tijd is Ultsje de volgende morgen bij de hokken paraat maar het wachten
duurt lang. Maar als er dan rond half één een duif laag over het weiland aan
komt vliegen en om 12.32 over het systeem loopt heeft Ultsje de hoop op een
vroege klassering nog niet opgegeven: ‘Het was nog steeds zwaar bewolkt en er
viel geregeld een spat regen, dan gaat het niet zo snel’. En dit vermoeden
werd direct ontzenuwd door de meldpost A.J. de Jong: ‘eerste melding bij het
inkorfcentrum van de PV ‘De Vredesduif’ te Noordwolde. Inmiddels komen
dan de jonge duiven thuis, ook dezen waren tot de zondag over blijven staan. Dan
krijgen ze in de namiddag opeens een telefoontje van verenigingsvoorzitter Piet
Beerda: ‘Gefeliciteerd,
jullie spelen de eerste van Brive, niet alleen bij de ‘vredesduif’
maar ook in de afdeling en NPO. Op dat zelfde moment zit Jelle op een Engels
terras in het zonnetje (het was daar wel mooi weer) te genieten van een cool
glas bier. Even later gaat ook zijn telefoon, het is zijn vader: ‘Gefeliciteerd,
we spelen de eerste van Brive’. Jelle: ‘We hebben er daar toen nog maar
een paar glazen extra gedronken op de overwinning’.
TAAKVERDELING
Ultsje
Jellema (59) is in de zestiger jaren begonnen met het houden van postduiven en
toen zoon Jelle (inmiddels 31) nog maar amper kon lopen was hij al vaak met pa
in de hokken te vinden. Het ruime erf aan Pepergaweg 72 in Steggerda, gelegen in
het natuurgebied de Lindevallei, is een ideale stek voor een duivenliefhebber.
Tegenwoordig bijna vanzelfsprekend is er dan wel de overlast van de roofvogel,
maar dat is hier ingecalculeerd: ‘Als de sperwer in de buurt is heb je geen
vlag of dergelijke nodig om de duiven in de lucht te houden, het is ons trouwens
wel opgevallen dat ze hun dagelijkse rondjes hoofdzakelijk boven de bebouwde kom
afleggen, de duiven houden er dus zelf ook al rekening mee. In de tachtiger
jaren beoefent Jelle de sport hier zelfstandig en steeds vaker word er dan
ingekorfd op de overnacht vluchten. Vanaf 1988 word er doelgericht op de
overnachtfond gekweekt en geselecteerd. Wel word dit gedaan met het ‘eigen
soort’ duiven, opgebouwd uit het het oude Noordwoldiger soort van Ultsje en
duiven van clubgenoot Piet Beerda uit Ter
Idzard. Deze stam word zuiver gehouden en voorzichtig word geprobeerd hier
duiven van andere goed presterende fondhokken in te kruisen. Tot nu toe hebben
ze hiermee succes met duiven van K. Akkermans uit Nieuw Vossemeer en van de
Gebr. Wolff uit Wezep.
Als Jelle in’89 in Utrecht begint aan zijn studie voor veearts neemt
Ultsje de dagelijkse verzorging van de duiven weer voor zijn rekening. Jelle
zijn taak beperkt zich dan hoofdzakelijk tot het uitstippelen van het beleid en
een adviserende rol, wel is hij er als de duiven ingekorfd moeten worden: ‘Jelle
bepaalt of een duif mee kan, ja dan nee, dat vermogen om een duif zo te keuren
heb ik niet, hij heeft dat in de vingers’: verklaard Ultsje. En deze
taakverdeling bestaat ook anno 2000 nog steeds nu Jelle klaar is met zijn studie
en deelneemt in een dierenartsenpraktijk in Surhuisterveen en in het daar
nabijgelegen Harkema woont. Ultsje was werkzaam als landbouwvoorlichter maar
is inmiddels twee jaar Vutter: ‘Gelukkig zijn we het er beiden over eens dat
je de verzorging zo simpel mogelijk moet houden , want ik wil beslist niet hele
dagen met de duiven bezig zijn, ik heb ook nog andere hobby’s’. Hun
hokbestand bestaat in de winterperiode uit 35 à 40 koppels vliegduiven en 25
koppels kwekers. Ze zijn dit seizoen aan de jonge duiven vluchten begonnen met
80 junioren.
NESTSPEL
Alle duiven worden hier gespeeld op
nestspel, het hele jaar door zitten de doffers en de duivinnen bij elkaar. Na
het vliegseizoen worden de broedhokken afgeschermd en worden er zitschapjes voor
gehangen. Alleen in maart en april worden ze even gescheiden. Voor het
vliegseizoen word bepaalt welke duif op welke vlucht word ingekorfd en aan de
hand van deze gegevens en de inkorfdata van St. Vincent en Limoges kan op een
kalender worden geschreven welke duiven wanneer gekoppeld moeten worden. De
Jellema’s houden het bij twee neststanden waarop word ingekorfd te weten ± 5
dagen broeden en jongen van 4 à 5 dagen. Zoals eerder vermeld word dan bij een
laatste inspectie door Jelle bepaald of ze klaar zijn voor het karwei, bij
twijfel word er niet ingekorfd. De winnende duif is een doffer NL97-2229679
genaamd de ‘Asdoffer’. Deze naam heeft hij gekregen omdat hij in zijn
geboorte jaar zeven keer prijs vloog op zeven keer inkorven en daarmee asduif
(duifkampioen) werd in ACG 9. Hij is voor 75 % eigen
soort en 25 % soort gebr. Wolff,
Wezep. De jonge duiven worden bij de Jellema’s gespeeld op alle
afdelingsvluchten en op Orleans jonge duiven. Orleans met een goed resultaat
kunnen volbrengen is hier het belangrijkste selectie criterium voor de jonge
duiven. Als jaarling worden doffers hooguit één keer ingekorfd op een
meerdaagse fondvlucht, jaarling duivinnen gaan echter tot wel drie keer mee op
de overnacht. ‘Duivinnen kunnen als jaarling veel meer aan dan doffers’:
aldus Jelle. De prestaties van de ‘Asdoffer’ over 1998 zijn niet
geregistreerd, waarschijnlijk heeft hij dat jaar dan ook geen overnachtvlucht
voor zijn kiezen gehad. In 1999 vloog hij een 3e op Brive (16/7)
tegen 1702 duiven in afd.11 /Friesland’96 en na tien dagen rust werd hij al
weer ingekorfd voor Bergerac (30/7), daarvan eindigde hij als 339e
van 3177 d. in sector 4. Voorafgaand aan zijn overwinning op Brive (920 km) was
hij in het huidige seizoen al naar Limoges geweest en werd daarvan als 249e
in de uitslag opgenomen tegen 1798 duiven in concours in afd. 11/ Friesland’96. De
‘Asdoffer’ werd voor Brive ingekorfd op 5 dagen broeden. Op Limoges was hij
door Jelle bij de getekenden geplaatst maar omdat hij van die vlucht als 15e
op het hok arriveerde had hij dit vertrouwen voor Brive niet weer gekregen. Als
voorbereiding op de overnacht word de vliegploeg vanaf eind april ingekorfd op
de vitesse en midfondvluchten, slechts een enkele keer op de dagfond. Ook
tussendoor worden de supervitessevluchten vaak benut om ze ‘scherp’ te
houden. Jonge duiven worden voor het vliegseizoen twee keer voor een korte
afstand weggebracht om te wennen aan het in de mand zitten. Ze worden voor het
inkorven in een mand gedreven die achter een luik word geplaatst wat normaal
gesproken voor hun de toegang tot de ren is, het vangen word zo tot een minimum
beperkt. Voorgaande jaren werden ze verduisterd, dit jaar niet, o.a. om
ruiproblemen te voorkomen maar ook omdat verduisteren een strak schema met zich
meebrengt waar Ultsje liever niet aan gebonden is. Ze zijn benieuwd hoe de
prestaties nu zullen zijn als het seizoen vordert en de afstanden langer worden.
SIMPEL
Al
eerder schreven we dat het systeem van verzorgen door hen zo eenvoudig mogelijk
word gehouden en dat er geen strakke schema’s worden gehanteerd. ‘In
principe moet je met een paar simpele instructies de verzorging aan iemand
anders over kunnen dragen’ : vertelt Ultsje. ‘Als wij eens met vakantie gaan
worden de duiven verzorgd door de clubgenoten Albert de Jong of Jan de Weerd,
dan moet er in principe niets mis kunnen gaan’. Zo zit er bijvoorbeeld op het
vlieghok geen enkele vasthouder. Voor de vliegbeurten gaat alles naar buiten,
alle duiven worden buitengezet niet één uitgezonderd, sommigen gaan na verloop
van tijd uit zichzelf, anderen moet je elke keer weer van het nest pakken en
buiten zetten. Zo vliegen ze twee keer daags drie kwartier à een uur. Ze moeten
vliegen, desnoods worden ze met een vlag of andere hulpmiddelen in de lucht
gehouden. Zodra hun vliegbeurt er op zit lopen ze gelijk naar binnen. Op het dak
slenteren is er, ook vanwege het gevaar van de roofvogel, niet bij. De
vliegduiven krijgen volle bak van een gewone kweek-vlieg mengeling. Als de
inkorfdatum nadert word het voer in de voerbak vaker vernieuwt en word er in de
broedbakken van de duiven die meegaan een potje met voer bijgezet. Zo kunnen ze
ook van het ‘lekkerste’ genoeg tot zich nemen en hoeven niet slechts
genoegen te nemen met wat er in de voerbak is achtergelaten. Hoewel Jelle als
veearts het meest met koeien heeft te maken weet hij natuurlijk wel wat er ‘te
koop’ is op het gebied van de veterinaire begeleiding van postduiven. Maar in
dat opzicht vind hij de natuurlijke weerstand van een duif tegen ziektes het
belangrijkste. Jelle: ‘Ik ben wat dat betreft een aanhanger van de
erfelijkheids,- en evolutieleer. Daar sorteer je meer resultaat mee dan met het
continu kuren tegen allerlei ziektes. Vandaar ook dat we de overstap naar de
overnachtfond met de eigen stam duiven hebben gemaakt, door de jarenlange
selectie op gezondheid is het een stam duiven geworden met een grote natuurlijke
weerstand tegen ziektes. We geven nooit een geelkuur, soms brengen aangeschafte
duiven het geel mee, je ziet dan gelijk dat jongen gekweekt uit deze duiven zich
bij ons niet kunnen handhaven’. De jonge duiven krijgen vanaf het spenen
tot en met mei de gelegenheid om zelfstandig door de kinderziektes heen te
komen, daarna word er eventueel behandelend opgetreden om ze 100 % gezond in te
korven op de eerste jonge duiven vlucht. ‘Als je ze goed gezond hebt, verspeel
je weinig duiven. In de afdeling Friesland’96 zijn de eerste vluchten voor
verscheidene liefhebbers alweer rampzalig verlopen, wij missen er tot nu toe 2
van de 80’. De jonge duiven krijgen ook volle bak, alleen word hier de
voerbak na een uur weer van het hok genomen.
GEMAK
De vliegduiven zijn ondergebracht in het ‘oude’ hok van 9 x 2,5 meter, dit
is onderverdeeld in 4 afdelingen maar in het vliegseizoen staan de tussendeuren
open. Het front is op het zuidoosten. Het ‘nieuwe’ hok met inpandige ren
voor de jonge duiven en de kwekers meet 12 x 2,5 meter. Het front hiervan is op
het zuidwesten. Alle hokken zijn voorzien van houten roosters die op speciaal
verzoek van de Jellema’s met een smallere tussen ruimte zijn gemaakt dan de
standaardroosters zoals die door de meeste hokkenbouwers worden geleverd. De
duiven lopen hier heel gemakkelijk op en gaan er net zo graag op liggen als op
een vlakke vloer. Onder die roosters bevinden zich grote schuifladen die naar
voren kunnen worden getrokken om leeggeschept te worden. Geen tijdrovende
dagelijkse krabbeurten dus, maar enkele malen per jaar de laden leegscheppen. De
verluchting is met een open strook in het plafond. Bij warm weer worden de
kleppen waarachter de schuifladen zitten open gezet waardoor er extra
geventileerd kan worden. Met maximaal negen vliegkoppels op afdelingen van 2
x 2,5 meter zijn ze ruim gehuisvest.
Brive is een zware vlucht geworden en daarom twijfelt Jelle ook om dit als het
mooiste resultaat tot nu toe te betitelen, als het concours op maandagavond
sluit hebben ze er vijf van de twintig en op de vrijdag is tweederde terug op
eigen nest. Een eerste vliegen is natuurlijk prachtig maar een mooie uitslag is
beter en dan is hij geneigd om Brive’99 met vier duiven bij de eerste tien in
het NPO concours in dat opzicht te verkiezen. De naam J. Jellema is door zijn
vele vermeldingen op de teletekst
al zo bekend bij de noordelijke fondliefhebbers dat het je eigenlijk verbaast
dat ze nog nooit een eerste hadden gevlogen. ‘Een eenvoudig systeem dat is
ons geheim’ :zegt Jelle, ‘daar kunnen we eerlijk over zijn, maar het gekke
is dat veel liefhebbers dat vaak niet willen horen.
Akkrum
Jan
Schilstra
| |
|